badminton       

Klik hier om de ondertitel te bewerken

Wervels en Skelet

Een skelet bestaat uit meer dan 200 beenderen (botten). Het lichaam van eens mens bestaat uit het hoofd, de romp en de ledematen. Bij het sport badminton maak je veel gebruik van je ledematen (armen en benen). De schouderbladen en de sleutelbeenderen vormen samen de schoudergordel. De schoudergordel verbindt de bovenste ledematen met de rest van het skelet. Het schouderblad en de sleutelbeenderen zorgen ervoor dat de mens zijn armen bijna volledig kan roteren. Dit is dus belangrijk bij badminton

Je lichaam krijgt stevigheid door skelet en 2 typen weefsels; beenweefsel en kraakbeenweefsel. Kraakbeenweefsel is minder hard en buigzamer dan beenweefsel. Zowel bij kraakbeenweefsel als bij beenweefsel komt tussencelstof voor. De tussencelstof wordt gemaakt door cellen. Bij kraakbeenweefsel liggen de cellen in groepjes bij elkaar in de tussencelstof. Bij beenweefsel liggen de cellen in kringen rondom fijne kanaaltjes. Door die kanaaltjes lopen bloedvaten. De tussencelstof van een been bestaat voor een groot deel uit kalkzouten en lijmstof. Kalkzouten geven stevigheid (hardheid)  aan beenweefsel, en lijmstof zorgt ervoor dat het een beetje buigzaam blijft. Zo is het bewegen tijdens badmintonnen gemakkelijker.